De Vlaamse minister bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
I.
Algemene bepalingen
II.
De raad
III.
Het bureau
IV.
De vaste commissies
V.
De werkgroepen
VI.
Andere vormen van consultatie en
adviesvoorbereiding
VII.
Presentiegelden en vergoedingen
VIII.
Het secretariaat en de ondersteuning
IX.
Slotbepalingen
Huishoudelijk reglement van de gezins- en welzijnsraad
(Cursieve tekstgedeelten zijn bepalingen die overgenomen werden uit het decreet houdende oprichting van een gezins- en welzijnsraad en van een adviserende beroepscommissie inzake gezins- en welzijnsaangelegenheden d.d. 15 juli 1997 en uit het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Gezins- en Welzijnsraad d.d. 3 maart 1998.)
Begrippen
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan
onder:
Decreet : het decreet houdende oprichting van een gezins- en
welzijnsraad en van een adviserende beroepscommissie inzake
gezins- en welzijnsaangelegenheden d.d. 15 juli 1997.
Raad : de Gezins- en Welzijnsraad zoals bedoeld in artikel 3
van het decreet.
Gezin : het geheel van aangelegenheden bedoeld in artikel 5,
§ 1, II, 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot
hervorming der instellingen en de latere wijzigingen.
Welzijn : het geheel van de aangelegenheden bedoeld in artikel
5, § 1, II, 2 tot 7, van de bijzondere wet van 8 augustus
1980 tot hervorming der instellingen en de latere
wijzigingen.
Regering : de Vlaamse Regering.
Minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan
personen.
Bureau : het orgaan zoals bepaald door artikel 7, § 2, van
het decreet.
Commissie : een vaste commissie als bepaald in artikel 8 van
het decreet.
Commissie Gezinsbeleid : de vaste commissie gezinsbeleid als
bedoeld in artikel 8, § 2, van het decreet (en waarvan de
werking door dit Huishoudelijk Reglement geregeld wordt).
Commissie Ouderenbeleid : de vaste commissie ouderenbeleid als
bedoeld in artikel 8, § 3, van het decreet (en waarvan de
werking door dit Huishoudelijk Reglement geregeld wordt).
Commissie Zorg : de vaste commissie zorg als bedoeld in artikel
8, § 4, van het decreet (en waarvan de werking door dit
Huishoudelijk Reglement geregeld wordt).
Commissie Ontwikkeling en Emancipatie : de vaste commissie
ontwikkeling en emancipatie als bedoeld in artikel 8, § 5,
van het decreet (en waarvan de werking door dit Huishoudelijk
Reglement geregeld wordt).
Werkgroep : een werkgroep als bedoeld in artikel 9 van het
decreet (en waarvan de werking door dit Huishoudelijk Reglement
geregeld wordt).
Lid : een persoon die deel uitmaakt van de raad, van een
commissie of een werkgroep.
Advies : de definitieve schriftelijke neerslag als resultaat
van het onderzoek van en/of beraadslaging over het geheel van
aangelegenheden zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van het
decreet waarmee de meerderheid van de raad heeft ingestemd en
die aan de Vlaamse Regering gerapporteerd wordt.
Werkjaar : het jaar dat begint op 1 januari en eindigt op 31
december (burgerlijk jaar).
Principes
Art. 2.
Advies : Bij beraadslagingen en bij beslissingen na
beraadslagingen die leiden tot een advies wordt, gebaseerd op
een informatief dossier (feiten, trends,...) en met
explicitering van alle argumenten pro en contra, gestreefd naar
een consensus tussen de leden met een beslissende stem.
Minderheidsstandpunt : aan een advies kunnen één
of meer minderheidsstandpunten worden toegevoegd, ten laatste
op het ogenblik dat de raad of de commissie een beslissing
neemt over een advies. Het minderheidsstandpunt moet
gemotiveerd worden. De namen van de onderschrijvers moeten
vermeld zijn.
Plaatsvervanging : de raad en de commissies bestaan uit
personen die participeren op grond van hun deskundigheid. Zij
treden niet op als vertegenwoordiger van de organisatie waartoe
zij eventueel als beroepskracht of als vrijwilliger of op basis
van hun overtuiging behoren. Bijgevolg is plaatsvervanging niet
mogelijk.
Uitbrengen van advies : de commissies en werkgroepen kunnen
niet zelf naar buiten treden met adviezen, publicaties of
verklaringen. De adviezen van de commissies en van de
werkgroepen worden altijd aan de raad gerapporteerd. De raad
rapporteert deze adviezen, eventueel aangevuld met haar eigen
advies, aan de Regering.
Externe communicatie : de voorzitter van de raad of iemand van
het bureau of het secretariaat, door hem gemandateerd, treedt
op als woordvoerder van de Raad en zijn organen in overleg met
het bureau. Leden die gesolliciteerd worden als
vertegenwoordiger van de raad of een van zijn delen verwijzen
door naar de voorzitter van de raad.
Vertrouwelijkheid
De beraadslagingen van de Raad, het Bureau, de Commissies en
werkgroepen zijn vertrouwelijk voor iedereen die er aan
deelneemt.
Alle verslagen van de Raad, het Bureau, de Commissies en
werkgroepen zijn vertrouwelijk en alle documenten op de Raad,
het Bureau, de Commissies en werkgroepen ingebracht krijgen het
statuut dat de inbrenger van de documenten er aan
toekent.
Het bureau volgt deze aangelegenheden op en legt zo nodig een
voorstel van maatregel aan de Raad voor. (conform "Besluit van
de Vlaamse Regering betreffende de Gezins- en Welzijnsraad d.d.
3 maart 1998").
De uitnodigingen
Behoudens dringende noodzaak worden de uitnodigingen ten
laatste 8 dagen voor de datum van de vergadering
verstuurd.
Ze bevatten de agendapunten van de vergadering, de documenten
die betrekking hebben op de te behandelen punten en de notulen
van de vorige vergadering.
De agendapunten voor de vergaderingen van de raad worden
vastgelegd door het bureau, de agendapunten voor de
vergaderingen van de commissies en werkgroepen worden
vastgelegd door hun respectieve voorzitter en ondervoorzitter
in overleg met de voorzitter van de raad.
Elk lid kan bij de voorzitter agendapunten indienen tot 9 dagen
voor de vergadering.
Bij hoogdringendheid kan een punt aan de agenda worden
toegevoegd wanneer de vergadering daarmee eensgezind
instemt.
Aanwezigheid
De aanwezigen ondertekenen een presentielijst.
Verontschuldigingen worden schriftelijk, hetzij per brief,
hetzij per fax, aan het secretariaat meegedeeld.
Wanneer een lid in extremis verhinderd is dient het zich de dag
van de vergadering per fax, spoedbestelling of e-mail te
verontschuldigen opdat de verontschuldiging als geldig kan
worden beschouwd, tenzij fysieke overmacht kan worden
aangetoond.
Samenstelling
De minister kan op verzoek van de betrokkene of op verzoek van
de Raad een einde maken aan het mandaat van voorzitter,
ondervoorzitter, of lid van de Raad, evenals aan het mandaat
van lid-deskundige van een commissie.
Bovendien kan de minister, na advies van de Raad, in de
volgende gevallen een einde stellen aan een mandaat als
hiervoor bedoeld :
wanneer de betrokkene driemaal na elkaar zonder voorafgaande
kennisgeving de vergaderingen van de Raad respectievelijk van
een Commissie niet bijwoont;
wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult, die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
Een lid van de Raad of een lid van een commissie, dat wordt
benoemd in de plaats van een overleden lid of van een lid wiens
mandaat voortijdig Is beëindigd, voleindigt diens mandaat.
(uit "Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de Gezins- en
Welzijnsraad d.d. 3 maart 1998").
Het bureau volgt deze aangelegenheden op en legt zo nodig een
voorstel van maatregel aan de raad voor.
Wanneer wijzigingen van de samenstelling van de Raad, de
Commissies of de eventuele werkgroepen noodzakelijk zijn moet
de Raad daarover de passende signalen geven of initiatieven
nemen overeenkomstig de bepalingen van het decreet houdende
oprichting van een gezins- en welzijnsraad d.d. 15 juli 1997 en
van het decreet houdende invoering van een meer evenwichtige
vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in adviesorganen
Werking
Art. 3.
De raad komt minstens viermaal per jaar in plenaire zitting
bijeen. (decreet artikel 7, § 1).
Tijdens de laatste plenaire zitting van het jaar worden de data
vastgelegd waarop de 4 plenaire zittingen tijdens het volgende
jaar zullen plaatsvinden.
Op vraag van de voorzitter, op verzoek van het Bureau, op
gemotiveerd verzoek van drie leden van de Raad, op gemotiveerd
verzoek van drie leden van een Commissie kan de voorzitter de
raad voor een bijkomende plenaire vergadering samenroepen.
Voorzitterschap
Art. 4.
De voorzitter van de raad zit de raad voor. Indien de
voorzitter verhinderd is verwittigt hij het secretariaat en een
van de ondervoorzitters die als zijn vervanger zal
optreden.
Bij afwezigheid van de voorzitter nemen de ondervoorzitters om
beurt het voorzitterschap van de vergadering waar, te beginnen
met die met de hoogste leeftijd.
Indien de ondervoorzitters beiden afwezig zijn wordt het
voorzitterschap waargenomen door het lid met de hoogste
leeftijd.
Genodigden
Art. 5.
Vertegenwoordigers van de Regering en van de administratie
kunnen op uitnodiging van de raad of van de commissies met
raadgevende stem deelnemen aan de vergaderingen van de raad
respectievelijk van de commissies. (decreet artikel 8, §
9)
Het bureau kan een of meer deskundigen van buiten de raad en de
commissies uitnodigen voor een of meer bijeenkomsten. De
deskundige neemt aan de beraadslagingen deel met raadgevende
stem en dient zich te houden aan de bepalingen van dit
Huishoudelijk Reglement.
Beraadslagen
Art. 6.
De raad kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste de
helft van de leden aanwezig is.
Indien die meerderheid niet aanwezig is kan de raad na twee
dagen en een nieuwe oproep geldig beraadslagen over de
agendapunten van de vorige vergadering mits de voorzitter of
een ondervoorzitter en zes leden van de Raad aanwezig zijn.
Beslissen en stemmen
Art. 7.
Alleen de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden zijn
stemgerechtigd.
Indien over een beslissing omtrent een bepaald agendapunt geen
overeenstemming kan worden bereikt, wordt beslist met gewone
meerderheid van stemmen (gewone meerderheid = de helft + 1 van
het om geldig te beraadslagen vereiste aantal
aanwezigen).
Onthoudingen worden bij de stemming niet in aanmerking genomen
voor het bereiken van de vereiste meerderheid.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Een lid kan een geheime
stemming vragen over personen.
Stemmen bij van volmacht kan niet.
Ondertekenen
Art. 8.
De adviezen worden ondertekend door de voorzitter, de beide
ondervoorzitters en de secretaris.
De voorzitter van de Raad ondertekent de verslagen na
goedkeuring door de Raad.
Uitnodigingen en begeleidende brieven bij documenten worden
getekend door de voorzitter en de secretaris.
Mededelingen van het secretariaat worden in overleg met de
voorzitter ondertekend door de secretaris.
Openbaarheid van de stukken
Art. 9.
De adviezen van de raad zijn openbaar en beschikbaar via
duplicatie en website na rapportage aan de Regering. Het
jaarverslag van de Raad is openbaar van zodra het is neergelegd
bij het Vlaams Parlement. Andere documenten kunnen openbaar
worden gemaakt mits goedkeuring door het bureau.
Samenstelling en deelname
Art. 10.
Binnen de raad wordt een bureau opgericht dat samengesteld is
uit de voorzitter, de twee ondervoorzitters van de raad en de
vier voorzitters van de commissies. (decreet artikel 7, §
2).
De ondervoorzitters van de commissies nemen deel aan de
vergaderingen. Zij nemen deel aan de beraadslagingen met
raadgevende stem.
Werking
Art. 11.
Het bureau wordt samengeroepen telkens als de voorzitter van de
raad het nodig acht of wanneer ten minste drie leden van het
bureau daarom verzoeken.
Voorzitterschap
Art. 12.
De voorzitter van de raad zit het bureau voor. Indien de
voorzitter verhinderd is verwittigt hij het secretariaat en een
van de ondervoorzitters van de Raad die als zijn vervanger zal
optreden.
Bij afwezigheid van de voorzitter nemen de ondervoorzitters van
de Raad om beurt het voorzitterschap van de vergadering waar,
te beginnen met die met de hoogste leeftijd.
Indien de ondervoorzitters beiden afwezig zijn wordt het
voorzitterschap waargenomen door het lid met de hoogste
leeftijd.
Genodigden
Art. 13.
De voorzitter nodigt de vertegenwoordigers van de Regering
en/of de administratie uit. Ze nemen deel aan de
beraadslagingen met raadgevende stem.
Beraadslagen
Art. 14.
Het bureau kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste de
helft van de leden aanwezig is.
Indien die meerderheid niet aanwezig is kan het bureau na twee
dagen en een nieuwe oproep geldig beraadslagen over de
agendapunten van de vorige vergadering mits de voorzitter,
één ondervoorzitter en twee commissievoorzitters
aanwezig zijn.
Beslissen en stemmen
Art. 15.
Alleen de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden zijn
stemgerechtigd.
Indien over een beslissing omtrent een bepaald agendapunt geen
overeenstemming kan worden bereikt, wordt beslist met gewone
meerderheid van stemmen (gewone meerderheid = de helft + 1 van
het om geldig te beraadslagen vereiste aantal
aanwezigen).
Onthoudingen worden bij de stemming niet in aanmerking genomen
voor het bereiken van de vereiste meerderheid.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Een lid kan een geheime
stemming vragen over personen.
Stemmen bij wijze van volmacht kan niet.
Ondertekenen
Art. 16.
Uitnodigingen en begeleidende brieven bij documenten worden
getekend door de voorzitter en de secretaris.
De voorzitter van het Bureau ondertekent de verslagen na
goedkeuring door het Bureau.
Samenstelling en deelname
Art. 17.
Elke commissie is samengesteld uit drie leden die de raad in
zijn schoot aanwijst, en tien deskundigen die op basis van door
de raad opgestelde dubbele voordrachtlijsten door de Regering
worden benoemd. Onder de drie door hem aangewezen leden kiest
de raad een voorzitter en een ondervoorzitter van de commissie.
(artikel 8, § 6).
De raad draagt op dubbele lijsten leden voor aan de minister.
De voorgedragen leden zijn deskundigen die als individu en niet
als vertegenwoordiger optreden. Voor de 10 te begeven plaatsen
geldt dat de persoon op lijst A en de persoon op lijst B voor
een plaats over een gelijksoortige deskundigheid moet
beschikken.
Alleen de leden van de raad kunnen deskundigen voorstellen om
te worden opgenomen op de dubbele voordrachtlijsten. Deze
voordracht moet schriftelijk gebeuren middels een ondertekend
voordrachtformulier. Op basis van deze voorstellen stelt het
bureau een ontwerp van dubbele voordrachtlijsten op dat ter
goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd.
De kandidaten moeten deskundig zijn inzake het thema van de
commissie, met inachtname van een voldoende spreiding van de
deskundigheid van de leden over de diverse facetten van het
thema. Kandidaten zullen bij voorkeur gekozen worden uit
personen met minimum drie jaar relevante ervaring. Ten hoogste
twee derde van de leden is van hetzelfde geslacht.
Leden van de raad kunnen in afspraak met de voorzitter van de
raad en de voorzitter van de commissie deelnemen aan
commissievergaderingen voor een welomschreven agendapunt en
zolang dit agendapunt aan de orde is in de commissie.
Werking
Art. 18.
Elke commissie komt minstens twee maal per jaar bijeen.
Tijdens de laatste vergadering van het jaar worden de data
vastgelegd waarop de 2 vergaderingen tijdens het volgende jaar
zullen plaatsvinden.
Op vraag van de voorzitter van de raad, op verzoek van het
bureau, op verzoek van 3 leden van de raad, op verzoek van 3
leden van de commissie kan de commissievoorzitter de commissie
voor een bijkomende vergadering uitnodigen.
De voorzitter en de ondervoorzitter van de commissie stellen de
agenda op voor de vergaderingen van de commissie in overleg met
de voorzitter van de raad.
Voorzitterschap
Art. 19.
De voorzitter van de commissie zit de vergaderingen van de
commissie voor. Indien de voorzitter verhinderd is verwittigt
hij het secretariaat en zijn vervanger.
Bij afwezigheid van de commissievoorzitter neemt de
ondervoorzitter het voorzitterschap waar.
Indien ook de ondervoorzitter afwezig of verhinderd is,
verwittigt hij/zij het secretariaat en wordt het
voorzitterschap waargenomen door het derde lid van de raad dat
deel uitmaakt van de commissie.
De vergadering van de commissie kan niet doorgaan als niet
één van de 3 uit de raad aangewezen leden
aanwezig is.
Beraadslagen
Art. 20.
De commissie kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste
de helft van de leden aanwezig is, onder wie minstens
één lid dat tegelijk lid van de raad is.
Indien die meerderheid niet aanwezig is kan de commissie na
twee dagen en een nieuwe oproep van de leden geldig
beraadslagen over de agendapunten van de vorige vergadering
mits aanwezigheid van minstens één lid dat
tegelijk lid van de raad is en 4 leden.
Beslissen en stemmen
Art. 21.
Alleen de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden zijn
stemgerechtigd.
Indien over een beslissing omtrent een bepaald agendapunt geen
overeenstemming kan worden bereikt, wordt beslist met gewone
meerderheid van stemmen (gewone meerderheid = de helft 1 van
het om geldig te beraadslagen vereiste aantal
aanwezigen).
Onthoudingen worden bij de stemming niet in aanmerking genomen
voor het bereiken van de vereiste meerderheid.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking. Een lid kan een geheime
stemming vragen over personen.
Stemmen bij wijze van volmacht kan niet.
Ondertekenen
Art. 22.
Adviezen worden ondertekend door de voorzitter, de
ondervoorzitter en de secretaris.
De voorzitter van de Commissie ondertekent de verslagen na
goedkeuring door de Commissie.
Uitnodigingen en begeleidende brieven bij documenten worden
getekend door de voorzitter en de secretaris.
Informatie ten behoeve van de raadsleden
Art. 23.
De leden van de raad krijgen de agenda's (vooraf) en de
verslagen van de commissies ter informatie toegestuurd, op
hetzelfde tijdstip als de leden van de commissie.
Werkgroepen met een beperkte opdracht worden opgericht door de raad. (artikel 9)
Samenstelling
Art. 24.
De raad bepaalt, inzake aangelegenheden waarvoor hij bevoegd
is, de onderwerpen waarvoor hij werkgroepen opricht, omschrijft
de opdrachten van de werkgroepen en bepaalt de timing voor
uitvoering. De werkgroepen rapporteren de resultaten van hun
activiteiten aan de raad. De raad heft de werkgroepen op na het
vervullen van de opdracht.
De leden van de raad dragen personen voor die een deskundigheid
hebben voor die omschreven opdracht. Het bureau formuleert op
basis daarvan een voorstel van samenstelling en van
voorzitterschap aan de raad.
Een werkgroep bestaat uit een voorzitter en ten minste drie en
ten hoogste veertien leden.
De raad beraadslaagt over de kandidaturen en beslist over de
definitieve samenstelling van de werkgroep.
Werking
Art. 25.
De werkgroep wordt samengeroepen wanneer het bureau of de raad
het nodig achten.
De werkgroep bepaalt haar vergaderfrequentie en dagorde binnen
de opdracht.
De werkgroep stelt de agenda op voor haar vergaderingen, in
overleg met de voorzitter van de raad.
Beraadslagen
Art. 26.
De werkgroep kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste
de helft van de leden aanwezig is.
Indien die meerderheid niet aanwezig is dient de werkgroep na
minstens twee dagen opnieuw te vergaderen. Zo ook dan die
meerderheid niet aanwezig is, zijn de werkzaamheden van de
werkgroep automatisch opgeschort. De Raad dient vervolgens
maatregelen te nemen inzake de opdracht, de samenstelling, de
werkwijze en/of de looptijd van de werkgroep.
Beslissen en stemmen
Art. 27.
Alleen de voorzitter en de leden zijn stemgerechtigd.
Indien over een beslissing omtrent een bepaald agendapunt geen
overeenstemming kan worden bereikt, wordt beslist met gewone
meerderheid van stemmen (gewone meerderheid = de helft + 1 van
het om geldig te beraadslagen vereiste aantal
aanwezigen).
Onthoudingen worden bij de stemming niet in aanmerking genomen
voor het bereiken van de vereiste meerderheid.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter
doorslaggevend.
De stemming gebeurt bij handopsteking.
Stemmen bij wijze van volmacht kan niet.
Ondertekenen
Art. 28.
Conclusies en verslagen worden ondertekend door de voorzitter
na goedkeuring door de werkgroep.
Hoorzittingen
Art. 29.
De raad of de commissie kan - na overleg met het bureau - een
hoorzitting organiseren waarbij allen die een bijdrage kunnen
leveren tot het te bespreken onderwerp kunnen worden
uitgenodigd om ter informatie hun standpunten uiteen te zetten.
De adviezen vermelden telkens de naam van de gehoorde
deskundigen.
Hoorzittingen kunnen voorafgaan aan de formulering van een
advies of volgen op de formulering van een ontwerp-advies. Een
advies kan geen voorwerp zijn van een hoorzitting.
Studiedagen en conferenties
Art. 30.
De raad kan voor de aangelegenheden waarvoor hij bevoegd is,
het initiatief nemen tot studiedagen of conferenties voor een
ruim geïnteresseerd publiek Deze studiedagen of
conferenties kunnen bijdragen tot een bredere dossiervorming
ten behoeve van de raad en zijn commissies en/of tot
verspreiding van de resultaten van de raad en zijn commissies.
De Raad en zijn commissies zijn in hun adviesverstrekking niet
gebonden door de meningen en standpunten die ter gelegenheid
van de studiedagen en conferenties naar voren worden
gebracht
Presentiegelden en vergoedingen
Art. 31.
Presentiegelden en vergoedingen zullen worden toegekend conform
artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering houdende
sommige maatregelen tot harmonisatie van de werking en van de
presentiegelden en vergoedingen van adviesorganen d.d. 14
december 1983.
Activiteiten
Art. 32.
Alle officiële briefwisseling en communicatie met de raad
en zijn organen wordt gericht aan het secretariaat t.a.v. de
daartoe aangewezen ambtenaren.
Het secretariaat staat onder de verantwoordelijkheid van de
secretaris.
Het secretariaat verzorgt het verzenden van de uitnodigingen en
de andere stukken.
Het secretariaat maakt het verslag van de vergaderingen van de
raad, het bureau, de commissies en de werkgroepen tenzij de
respectievelijke voorzitters anders hebben beslist.
Ondersteuning
Art. 33.
Na overleg met de voorzitter en het bureau kan een beroep
worden gedaan op deskundigen en centra voor het opstellen van
een informatief dossier (met o.m. feiten, evoluties,
trends,...) dat nodig is om een advies te kunnen ontwerpen en
onderbouwen. Hiervoor zal zo mogelijk een beroep worden gedaan
op het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën.
Wijzigingen aan het Huishoudelijk Reglement
Art. 34.
Wijzigingen en/of aanvullingen aan het Huishoudelijk Reglement
kunnen worden voorgesteld door het bureau of aan het bureau
door de leden van de raad. Het bureau ontwerpt een amendement
dat ter goedkeuring aan de raad wordt voorgelegd. Het wordt
aanvaard als het door twee derden van de aanwezige leden van de
raad goedgekeurd werd.
Een wijziging en/of aanvulling van het Huishoudelijk Reglement
wordt ondertekend door de personen vermeld in artikel 8, eerste
lid. Ze wordt van kracht na vaststelling door de
Regering.
Dit Huishoudelijk Reglement is goedgekeurd door de raad op 8
mei 1998.
Prof. dr. Herman Baert,
voorzitter.
Lyliane Hebbrecht,
ondervoorzitter.
Caroline Schelstraete,
ondervoorzitter.
Rita Storme,
secretaris.