> Overzicht regelgeving Gezondheidszorg > Adviesorganen
HOOFDSTUK
I -DEFINITIES
HOOFDSTUK
II-DE RAAD
HOOFDSTUK
III HET BUREAU
HOOFDSTUK
IV-DE KAMERS
HOOFDSTUK
V- DE WERKGROEPEN
HOOFDSTUK
VI-WERKING VAN DE RAAD, SECRETARIAAT VAN DE RAAD EN
RAPPORTERING
HOOFDSTUK
VII- DE ADVIESRAAD
HOOFDSTUK
VIII - PRESENTIEGELDEN EN VERGOEDINGEN
HOOFDSTUK
IX - SLOTBEPALINGEN
Art. 1.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° het decreet:
decreet van 20 december 1996 houdende
oprichting van een Vlaamse Gezondheidsraad en van een Vlaamse
Adviesraad voor erkenning van verzorgingsvoorzieningen;
2° de Vlaamse minister: Vlaamse minister bevoegd voor het
gezondheidsbeleid;
3° de administratie: administratie Gezondheidszorg van het
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
4° het Gezondheidsbeleid: het geheel van de aangelegenheden
bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
5° Verzorgingsvoorziening: een organisatie die activiteiten
uitoefent inzake zorgverstrekking, gezondheidsopvoeding of
preventieve gezondheidszorg zoals bedoeld in artikel 5, §
1, I van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming
der instellingen en die in dat kader door de Vlaamse
Gemeenschap kan worden erkend;
6° de Raad: de Vlaamse Gezondheidsraad, bedoeld in artikel
3 van het decreet;
7° de Adviesraad: de Vlaamse Adviesraad voor erkenning van
verzorgingsvoorzieningen, bedoeld in artikel 10 van het
decreet;
8° de Kamer: Kamer voor preventieve zorg en Kamer voor
curatieve zorg, bedoeld in artikel 8 van het decreet;
9° het Bureau: bureau van de Raad, bedoeld in artikel 7 van
het decreet;
10° de Werkgroep: werkgroep, bedoeld in artikel 8, §
5, van het decreet.
Art. 2.
§ 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter, ten
hoogste 35 leden benoemd door de Vlaamse minister en ten
hoogste 6 door de Raad gecoöpteerde leden. Hun mandaat
duurt vijf jaar en is tweemaal hernieuwbaar. Minstens
één vijfde van de leden wordt om de vijf jaar
vervangen. De Vlaamse minister benoemt de voorzitter van de
Raad en twee ondervoorzitters die door de Raad onder zijn leden
worden voorgedragen.
De Raad kan zelf met een tweederde meerderheid van stemmen de
zes extra leden coöpteren, waarvan sprake in het vorige
lid.
§ 2. De leden van de Raad zijn allen deskundig in
gezondheidsaangelegenheden en zijn actief in instellingen,
verzorgingsvoorzieningen, diensten of verenigingen binnen de
gezondheidszorg.
Ten minste één derde van de leden wordt benoemd
op basis van hun wetenschappelijke activiteiten in diverse
betrokken disciplines. Ten hoogste twee derde van de leden is
van hetzelfde geslacht. Bij benoeming is ten minste een derde
van de Raad jonger dan 35 jaar.
Art. 3.
De Vlaamse minister kan, op verzoek van de betrokkene of
ambtshalve een einde maken aan het mandaat van de voorzitter of
van een lid van de Raad.
Ambtshalve kan aan een mandaat slechts een einde worden
gemaakt:
1° wanneer de betrokkene drie maal na elkaar zonder
kennisgeving afwezig is;
2° wanneer de betrokkene vijf maal na elkaar afwezig
is;
3° wanneer de betrokkene het vertrouwelijk karakter van de
beraadslagingen van de Raad niet eerbiedigt of vertrouwelijke
documenten verspreidt;
4° wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
Art. 4.
Elk lid van de Raad dat wordt benoemd in de plaats van een
overleden lid of van een lid wiens mandaat voortijdig is
beëindigd, zet diens mandaat voort tot het einde van de
aanvankelijk voorziene termijn.
Art. 5. De Raad komt minstens éénmaal per jaar samen in plenaire zitting.
Art. 6. De Raad wordt samengeroepen telkens als de Vlaamse minister of het Bureau het nodig achten of indien hierom verzocht wordt door ten minste één derde van de leden van de Raad.
Art. 7.
De voorzitter van de Raad en de leden van de Raad zijn
stemgerechtigd. De Raad kan slechts geldig beraadslagen indien
ten minste de helft van de leden aanwezig zijn. Is die
meerderheid niet aanwezig, dan kan de Raad dezelfde dag, mits
inachtname van een tijdsperiode van drie uur, op geldige wijze
over dezelfde agendapunten als de eerste vergadering
beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Alleen indien over bepaalde agendapunten geen overeenstemming
wordt bereikt, wordt beslist met gewone meerderheid van de
uitgebrachte stemmen. Onthoudingen worden, bij de stemming,
niet in aanmerking genomen voor het bereiken van de vereiste
meerderheid. Bij staking van stemmen is de stem van de
voorzitter doorslaggevend.
Art. 8.
De voorzitter van de Raad zit de Raad voor. Bij diens
afwezigheid nemen de ondervoorzitters van de Raad elk om beurt
het voorzitterschap waar van de vergaderingen, te beginnen met
de oudste. Indien de ondervoorzitters zelf beiden afwezig zijn,
wordt het voorzitterschap van de vergaderingen waargenomen door
het lid met de hoogste leeftijd.
Art. 9.
De vergaderingen van de Raad zijn niet openbaar. De
beraadslagingen van de Raad zijn vertrouwelijk.
Art. 10.
Het Bureau bestaat uit de voorzitter en de ondervoorzitters van
de Raad en uit vier leden van de Raad, die op voordracht van de
Raad door de Vlaamse minister worden benoemd.
Art. 11.
De Vlaamse minister kan, op verzoek van de betrokkene of
ambtshalve, een einde maken aan het mandaat van een lid van het
Bureau.
Ambtshalve kan aan een mandaat slechts een einde worden
gemaakt:
1° wanneer de betrokkene drie maal na elkaar zonder
kennisgeving afwezig is;
2° wanneer de betrokkene vijf maal na elkaar afwezig
is;
3° wanneer de betrokkene het vertrouwelijk karakter van de
beraadslagingen van het Bureau niet eerbiedigt of
vertrouwelijke documenten verspreidt;
4° wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
Art. 12.
Elk lid van het Bureau dat wordt benoemd in de plaats van een
overleden lid of van een lid wiens mandaat voortijdig is
beëindigd, zet diens mandaat voort tot het einde van de
aanvankelijk voorziene termijn.
AFDELING 2 SAMENROEPING EN TAKEN
Art. 13.
Het Bureau wordt samengeroepen telkens als de voorzitter van de
Raad het nodig acht of indien hierom verzocht wordt door ten
minste drie leden van het Bureau.
Art. 14.
Het Bureau heeft als opdracht de werkzaamheden van de Raad te
organiseren, te coördineren en voor te bereiden, alsook de
beslissingen van de Raad uit te voeren.
Het bureau stelt de agenda voor de vergaderingen samen en voegt
een eindadvies toe aan de door zijn organen uitgebrachte
adviezen en dit ter bewaking van de coherentie van alle
beleidsadviezen.
Art. 15.
In uiterst spoedeisende gevallen kan het Bureau zelf de
adviesaanvraag van de Vlaamse minister behandelen en een advies
verlenen. Op de eerstvolgende vergadering van de Kamers wordt
dit advies ter bekrachtiging voorgelegd.
Art. 16.
Bij adviesaanvragen van de Vlaamse minister verleent de Raad
zijn advies binnen drie maanden nadat hij van de adviesaanvraag
kennis heeft gekregen, tenzij de minister een andere termijn
heeft bepaald. Het Bureau kan aan de Vlaamse minister verzoeken
om de termijn van adviesverlening te verlengen.
De adviezen, vermeld in het eerste lid worden bezorgd aan het
Bureau. Het Bureau voegt aan de adviezen zijn eindadvies toe.
Binnen 14 dagen na het uitbrengen van dit eindadvies, wordt het
advies van de Raad, samen met het eindadvies van het Bureau,
naar de Vlaamse minister gestuurd en ter kennisgeving aan het
Vlaams Parlement overgemaakt.
Art. 17.
Het Bureau kan op eigen initiatief adviezen vragen aan de Raad,
aan één van de Kamers of aan een Werkgroep.
De adviezen, vermeld in het eerste lid worden bezorgd aan het
Bureau. Het Bureau voegt aan de adviezen zijn eindadvies toe.
Binnen 14 dagen na het uitbrengen van dit eindadvies, wordt het
advies, samen met het eindadvies van het Bureau, naar de
Vlaamse minister gestuurd en ter kennisgeving aan het Vlaams
Parlement overgemaakt.
Art. 18.
Alle leden van het Bureau zijn stemgerechtigd. Het Bureau kan
slechts beraadslagen indien ten minste de helft van de leden
aanwezig is. Is die meerderheid niet aanwezig, dan kan het
Bureau dezelfde dag, mits inachtname van een tijdsperiode van
drie uur, op geldige wijze over dezelfde agendapunten als de
eerste vergadering beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige
leden.
Alleen indien over bepaalde agendapunten geen overeenstemming
wordt bereikt, wordt beslist met gewone meerderheid van de
uitgebrachte stemmen. Onthoudingen worden, bij de stemming,
niet in aanmerking genomen voor het bereiken van de vereiste
meerderheid. Bij staking van stemmen is de stem van de
voorzitter doorslaggevend.
Art. 19.
De voorzitter van de Raad zit het Bureau voor. Bij diens
afwezigheid nemen de ondervoorzitters van de Raad elk om beurt
het voorzitterschap waar van de vergaderingen, te beginnen met
de oudste.
Indien de ondervoorzitters zelf beiden afwezig zijn, wordt het
voorzitterschap van de vergaderingen waargenomen door het lid
met de hoogste leeftijd.
Art. 20.
De vergaderingen van het Bureau zijn niet openbaar. De
beraadslagingen van het Bureau zijn vertrouwelijk.
AFDELING 1-SAMENSTELLING
Art. 21.
De Kamers zijn elk samengesteld uit ten hoogste eenentwintig
leden van de Raad, gecoöpteerde leden inbegrepen. Zij
worden op voordracht van de Raad door de Vlaamse minister
benoemd.
Art. 22.
De Vlaamse minister kan, op verzoek van de betrokkene of
ambtshalve een einde maken aan het mandaat van de voorzitters
of van een lid van de Kamers.
Ambtshalve kan aan een mandaat slechts een einde worden
gemaakt:
1° wanneer de betrokkene drie maal na elkaar zonder
kennisgeving afwezig is;
2° wanneer de betrokkene vijf maal na elkaar afwezig
is;
3° wanneer de betrokkene het vertrouwelijk karakter van de
beraadslagingen van de Kamer niet eerbiedigt of vertrouwelijke
documenten verspreidt;
4° wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
Art. 23.
Elk lid van de Kamer dat wordt benoemd in de plaats van een
overleden lid of van een lid wiens mandaat voortijdig is
beëindigd, zet diens mandaat voort tot het einde van de
aanvankelijk voorziene termijn.
AFDELING 2 TAKEN
Art. 24.
De Kamer voor preventieve zorg is bevoegd voor de opdrachten
van de Raad die betrekking hebben op de aangelegenheden bedoeld
in artikel 5, § 1, I, 2°, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
De Kamer voor curatieve zorg is bevoegd voor de opdrachten van
de Raad die betrekking hebben op de aangelegenheden bedoeld in
artikel 5, § 1, I, 1°, van de bijzondere wet van 8
augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
AFDELING 1 SAMENSTELLING
Art. 25.
§ 1. De Vlaamse minister, de Raad en het Bureau kunnen
vaste of tijdelijke Werkgroepen oprichten en
samenstellen.
Deze Werkgroepen bestaan uit maximum twaalf leden van wie
één derde afkomstig is uit de Raad en van wie de
overige leden externe deskundigen zijn.
§ 2. De Vlaamse minister kan, op verzoek van de betrokkene
of ambtshalve een einde maken aan het mandaat van lid van een
Werkgroep.
Ambtshalve kan aan een mandaat slechts een einde worden
gemaakt:
1° wanneer de betrokkene drie maal na elkaar zonder
kennisgeving afwezig is;
2° wanneer de betrokkene vijf maal na elkaar afwezig
is;
3° wanneer de betrokkene het vertrouwelijk karakter van de
beraadslagingen van de Werkgroep niet eerbiedigt of
vertrouwelijke documenten verspreidt;
4° wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
§ 3. Elk lid van de Werkgroep dat wordt benoemd in de
plaats van een overleden lid of van een lid wiens mandaat
voortijdig is beëindigd, zet diens mandaat voort tot het
einde van de aanvankelijk voorziene termijn.
AFDELING 2-TAKEN
Art. 26.
De vaste of tijdelijke Werkgroepen kunnen een taak hebben om
sectoraal te adviseren of ad hoc voor thema's die
kameroverschrijdend zijn.
Art. 27.
De Administratie neemt het secretariaat waar van de Raad. De
Administratie verstrekt aan de Raad de inlichtingen die voor
zijn werking noodzakelijk zijn.
Om de twee maanden bezorgt de Administratie aan de Raad een
lijst van de aanvragen en beslissingen in verband met
vergunningen, toelatingen en erkenningen van
verzorgingsvoorzieningen. Die lijst wordt door de Administratie
eveneens ter beschikking gesteld aan alle gelijksoortige
verzorgingsvoorzieningen.
Voor het vervullen van zijn opdracht ontvangt de Raad alle
nodige beleidsinformatie in verband met de planning, de
programmatie en erkenning van verzorgingsvoorzieningen.
Ambtenaren van de Administratie kunnen als waarnemer deelnemen
aan de vergaderingen van de organen van de Raad. Een
vertegenwoordiger van de Vlaamse minister kan met raadgevende
stem deelnemen aan de vergaderingen van de Raad en van de
Kamers.
De Raad oriënteert en stimuleert de werking van zijn
organen en stelt een jaarverslag op dat vóór 1
april aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement wordt
voorgelegd.
De Raad staat in voor een regelmatig gestructureerd overleg
tussen beide Kamers.
AFDELING 1 SAMENSTELLING
Art. 28.
De Adviesraad is samengesteld uit een voorzitter en een
plaatsvervangend voorzitter, die minstens vijf jaar ervaring
hebben in de gezondheidssector en getuigen van juridische
kennis en bekwaamheid, en uit ten hoogste zeven leden, allen
deskundig in gezondheidsaangelegenheden en die actief zijn in
de instellingen, verzorgingsvoorzieningen, diensten of
verenigingen binnen de gezondheidszorg. Voor elk werkend lid
wordt een plaatsvervanger benoemd.
Zij worden door de Vlaamse minister benoemd voor een termijn
van vijf jaar, die tweemaal hernieuwbaar is. Minstens een derde
van leden wordt om de tien jaar vervangen. Ten hoogste
tweederde van de leden is van hetzelfde geslacht. De voorzitter
en de plaatsvervangend voorzitter zijn van verschillend
geslacht.
Art. 29.
De Vlaams minister kan, op verzoek van de betrokkene of
ambtshalve een einde maken aan het mandaat van de voorzitter,
van de plaatsvervangend voorzitter, van een werkend lid of van
een plaatsvervangend lid.
Ambtshalve kan aan een mandaat slechts een einde worden
gemaakt:
1° wanneer de betrokkene drie maal na elkaar zonder
kennisgeving afwezig is;
2° wanneer de betrokkene vijf maal na elkaar afwezig
is;
3° wanneer de betrokkene het vertrouwelijk karakter van de
beraadslagingen van de Adviesraad niet eerbiedigt of
vertrouwelijke documenten verspreidt;
4° wanneer de betrokkene activiteiten verricht of functies
vervult die onverenigbaar zijn met het mandaat of die een
strijdigheid van belangen tot gevolg hebben.
Art. 30.
Elk lid van de Adviesraad dat wordt benoemd in de plaats van
een overleden lid of van een lid wiens mandaat voortijdig is
beëindigd, zet diens mandaat voort tot het einde van de
aanvankelijk voorziene termijn. Het plaatsvervangend lid
vervult het mandaat van een werkend lid wiens mandaat
voortijdig is beëindigd tot er een nieuw werkend lid
benoemd is.
AFDELING 2 TAKEN
Art. 31.
De Adviesraad heeft als uitdrukkelijke opdracht de Vlaamse
minister telkens te adviseren met betrekking tot bezwaar- of
verweermiddelen ingediend door een verzorgingsvoorziening tegen
het door de Vlaamse minister geuite voornemen om:
1° een vergunning of toelating te weigeren;
2° een erkenning, verlenging of wijziging van erkenning te
weigeren;
3° een erkenning in te trekken of te schorsen;
4° een voorziening of een deel ervan te sluiten.
De Adviesraad heeft tevens als uitdrukkelijke opdracht de
Vlaamse minister telkens te adviseren met betrekking tot
bezwaar- of verweermiddelen ingediend door de betrokken
aanvragende personen tegen het door de Vlaamse minister geuite
voornemen om een erkenning of verlenging van erkenning te
weigeren of de erkenning in te trekken voor keuringsartsen,
toezichthoudende artsen en controle-artsen in de sector Medisch
Verantwoord Sporten.
AFDELING 3PROCEDURE
Art. 32.
De Adviesraad brengt zijn gemotiveerd advies uit aan de Vlaamse
minister uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van de
bezwaar- of verweermiddelen bedoeld in artikel 10, § 2 en
§ 3, van het decreet. In uitzonderlijke omstandigheden kan
hij met een gemotiveerde beslissing die termijn met ten hoogste
één maand verlengen.
De Adviesraad hoort de verzorgingsvoorziening of de betrokken
aanvragende persoon bedoeld in artikel 31, tweede lid, indien
ze daarom hebben verzocht of op eigen initiatief. In dit geval
wordt de verzorgingsvoorziening of de betrokken aanvragende
persoon bedoeld in artikel 31, uitgenodigd op de zitting van de
Adviesraad. De uitnodiging wordt aangetekend verstuurd
uiterlijk de achtste dag voor de zitting.
De Administratie kan gehoord worden op elke vergadering van de
Adviesraad.
Het gemotiveerd advies van de Adviesraad wordt binnen 15 dagen
na het uitbrengen ervan per aangetekend schrijven betekend aan
de verzorgingsvoorziening of aan de betrokken aanvragende
persoon bedoeld in artikel 31, en eveneens binnen deze termijn
ter kennis gebracht van de Vlaamse minister.
Art. 33.
De voorzitter en de werkende leden van de Adviesraad worden bij
gewone brief uitgenodigd voor de zitting. Deze brief wordt
verstuurd uiterlijk de achtste dag voor de zitting. Bij de
brief wordt een synthese gevoegd van de dossiers die behandeld
worden op de zitting. De volledige dossiers liggen ter inzage
op het secretariaat van de Adviesraad.
Indien de voorzitter of een werkend lid niet op de vergadering
aanwezig kan zijn, roept hij op eigen initiatief zijn
plaatsvervanger op, die hem op de vergadering zal
vervangen.
Art. 34.
Enkel de voorzitter van de Adviesraad en de werkende leden, of
bij verhindering hun plaatsvervangers, zijn stemgerechtigd. De
Adviesraad kan slechts geldig beraadslagen indien ten minste
vijf leden aanwezig zijn. Is die meerderheid niet aanwezig, dan
kan de Adviesraad dezelfde dag, mits inachtname van een
tijdsperiode van drie uur, op geldige wijze over dezelfde
agendapunten als de eerste vergadering beraadslagen, ongeacht
het aantal aanwezige leden.
Alleen indien over bepaalde agendapunten geen overeenstemming
wordt bereikt, wordt beslist met gewone meerderheid van de
uitgebrachte stemmen. Onthoudingen worden, bij de stemming,
niet in aanmerking genomen voor het bereiken van de vereiste
meerderheid. Bij staking van stemmen is de stem van de
voorzitter doorslaggevend.
Art. 35.
De vergaderingen van de Adviesraad zijn niet openbaar. De
beraadslagingen van de Adviesraad zijn vertrouwelijk.
AFDELING 4 WERKING VAN DE ADVIESRAAD, SECRETARIAAT VAN DE ADVIESRAAD EN RAPPORTERING
Art. 36.
De Administratie neemt het secretariaat van de Adviesraad waar.
De Administratie verstrekt aan de Adviesraad de inlichtingen
die voor zijn werking noodzakelijk zijn.
De Adviesraad kan een beroep doen op deskundigen uit het
ministerie van de Vlaams Gemeenschap.
Elk advies van de Adviesraad wordt aan het Vlaams Parlement
bezorgd.
Art. 37. (niet opgenomen)
(Wijzigt de bijlage van het besluit van de Vlaamse Regering van
14 december 1983 houdende sommige maatregelen tot harmonisatie
van de werking en van de presentiegelden en vergoedingen van
adviesorganen)
AFDELING 1 WIJZIGINGSBEPALINGEN
Art. 38. (niet opgenomen)
(Wijzigt het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober
1991 houdende uitvoering van het decreet van 27 maart 1991
inzake medisch verantwoorde sportbeoefening)
AFDELING 2 OPHEFFINGSBEPALINGEN
Art. 39. (niet opgenomen)
(Worden opgeheven:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 1983
houdende oprichting van een Vlaamse adviescommissie voor
kankerpreventie;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 1983
houdende oprichting en werking van een Gemengde Commissie
rustoorden, rust- en verzorgingstehuizen;
3° het besluit van de Vlaamse Regering van 31 juli 1990
houdende oprichting van de Vlaamse adviescommissie voor de
perinatale zorg;
4° hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering
van 21 december 1990 houdende coördinatie en ondersteuning
van de thuisverzorging, bestaande uit artikel 13;
5° het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 1991
houdende vaststelling van de bevoegdheden en de adviesprocedure
van het Vlaams Comité van Advies van de Centra voor
Geestelijke Gezondheidszorg in aangelegenheden betreffende
initiatieven van beschut wonen en samenwerkingsverbanden van
psychiatrische instellingen en diensten;
6° hoofdstuk I van titel II van het besluit van de Vlaamse
Regering van 23 oktober 1991 houdende uitvoering van het
decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde
sportbeoefening)
AFDELING 3 INWERKINGTREDING EN UITVOERING
Art. 40.
Het decreet van 20 december 1996 houdende oprichting van een
Vlaamse gezondheidsraad en van een Vlaamse Adviesraad voor
erkenning van verzorgingsvoorzieningen heeft uitwerking met
ingang van 1 januari 1997.
Art. 41.
Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997, met
uitzondering van artikel 39, 4°, dat in werking treedt op
een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.
Art. 42.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is
belast met de uitvoering van dit besluit.