> Overzicht regelgeving Gezondheidszorg > Adviesorganen
HOOFDSTUK I -ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II -DE VLAAMSE GEZONDHEIDSRAAD
HOOFDSTUK III -DE VLAAMSE ADVIESRAAD VOOR ERKENNING VAN VERZORGINGSVOORZIENINGEN
HOOFDSTUK IV -OPHEFFINGS-, WIJZIGINGS- EN SLOTBEPALINGEN
Art. 1.
Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art. 2.
Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
1° gezondheidsbeleid: het geheel van de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
2° verzorgingsvoorziening: een organisatie die activiteiten uitoefent inzake zorgverstrekking, gezondheidsopvoeding of preventieve gezondheidszorg zoals bedoeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en die in dat kader door de Vlaamse Gemeenschap kan worden erkend;
3° Raad: de Vlaamse Gezondheidsraad, zoals bedoeld in artikel 3, § 1;
4° Adviesraad: de Vlaamse Adviesraad voor erkenning van verzorgingsvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 10, § 1;
5° regering: de Vlaamse Regering;
6° Kamer: Kamer voor preventieve zorg en Kamer voor curatieve zorg zoals bedoeld in artikel 8, § 1.
Art. 3.
§ 1. Er wordt een Vlaamse Gezondheidsraad opgericht die als algemene opdracht heeft [het Vlaams Parlement en de regering op zijn of]2 haar verzoek of op eigen initiatief advies te verlenen omtrent alle gezondheidsaangelegenheden. Daartoe dient hij het gezondheidsbeleid en de ontwikkelingen inzake gezondheid te volgen en te toetsen aan de gezondheidsstatus van de bevolking en oog te hebben voor de nieuwe noden betreffende de gezondheidszorg, het aanbod van de verzorgingsvoorzieningen te evalueren en voorstellen te formuleren voor de verdere ontwikkeling ervan.
[De adviezen op verzoek van het Vlaams Parlement worden verstrekt binnen de door het Vlaams Parlement gestelde termijn, die niet korter mag zijn dan dertig dagen]3.
§ 2. De Raad verleent in het bijzonder advies over de volgende aangelegenheden:
a) de sociologische, epidemiologische, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die relevant zijn voor het gezondheidsbeleid en voor de afstemming ervan op de zich ontwikkelende behoeften;
b) de strategische keuzen en methodieken met het oog op een doeltreffende en efficiënte gezondheidspreventie;
c) de bevordering van de toegankelijkheid van de verzorgingsvoorzieningen;
d) specifieke materies waarvoor het advies van de Raad is voorzien in andere decreten of besluiten;
e) ethische problemen met betrekking tot gezondheidsbeleid of -aspecten.
Art. 4.
§ 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter, ten hoogste 35 leden benoemd door de regering en ten hoogste 6 door de Raad gecoöpteerde leden. Hun mandaat duurt vijf jaar en is tweemaal hernieuwbaar. Minstens één vijfde van de leden wordt om de vijf jaar vervangen.
De regering benoemt de voorzitter van de Raad en twee ondervoorzitters die door de Raad onder zijn leden worden voorgedragen.
De Raad kan zelf met een tweederde meerderheid van stemmen zes extra leden coöpteren.
§ 2. De leden van de Raad zijn allen deskundig in gezondheidsaangelegenheden en zijn actief in instellingen, verzorgingsvoorzieningen, diensten of verenigingen binnen de gezondheidszorg.
Ten minste één derde van de leden wordt benoemd op basis van hun wetenschappelijke activiteiten in diverse betrokken disciplines. Ten hoogste twee derde van de leden is van hetzelfde geslacht. Bij hun benoeming is ten minste een derde van de Raad jonger dan 35 jaar.
De regering kan nadere benoemingsvoorwaarden bepalen.
§ 3. De ondervoorzitters zijn van verschillend geslacht en ten minste één van beide is bij benoeming jonger dan 35 jaar.
§ 4. De regering stelt de toe te kennen presentiegelden en vergoedingen vast van de voorzitter, ondervoorzitters, leden en externe deskundigen zoals bedoeld in artikel 8, § 5. Deze komen, evenals de werkingskosten van de Raad, ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 5.
De regering regelt de werking van de Raad en de wijze waarop hij aan haar rapporteert.
De Raad stelt, binnen zes maanden na zijn effectieve samenstelling, een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de regering wordt voorgelegd.
Een vertegenwoordiger van de regering kan met raadgevende stem deelnemen aan de vergaderingen van de Raad en van de Kamers.
Art. 6.
De Raad komt minstens éénmaal per jaar in plenaire zitting bijeen.
De Raad oriënteert en stimuleert de werking van zijn organen en stelt een jaarverslag op dat hij vóór 1 april aan de regering en het Vlaams Parlement voorlegt.
Art. 7.
Binnen de Raad wordt een bureau opgericht, dat samengesteld is uit de voorzitter en de ondervoorzitters van de Raad en uit vier leden van de Raad, die op zijn voordracht door de regering worden benoemd.
Het bureau heeft als opdracht de werkzaamheden van de Raad te organiseren, te coördineren en voor te bereiden, alsook de beslissingen van de Raad uit te voeren.
Elk advies wordt na toevoeging van een eindadvies door het bureau aan de regering bezorgd.
De regering regelt de werking van het bureau en bepaalt welke extra taken aan het bureau worden toevertrouwd.
Art. 8.
§ 1. De Raad bestaat uit twee kamers: de kamer voor preventieve zorg en de kamer voor curatieve zorg.
§ 2. De kamer voor preventieve zorg is bevoegd voor de opdrachten van de Raad die betrekking hebben op de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
De kamer voor preventieve zorg is samengesteld uit ten hoogste eenentwintig leden van de Raad, gecoöpteerde leden inbegrepen. Zij worden door de regering benoemd op voordracht van de raad.
De kamer voor preventieve zorg wordt voorgezeten door de voorzitter van de Raad die zijn voorzitterschap kan delegeren aan één ondervoorzitter van de Raad.
§ 3. De kamer voor curatieve zorg is bevoegd voor de opdrachten van de Raad die betrekking hebben op de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, I, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
De kamer voor curatieve zorg is samengesteld uit ten hoogste eenentwintig leden van de raad, gecoöpteerde leden inbegrepen. Zij worden door de regering benoemd op voordracht van de Raad. De kamer voor curatieve zorg wordt voorgezeten door de voorzitter van de Raad die zijn voorzitterschap kan delegeren aan één ondervoorzitter van de Raad.
§ 4. De Raad regelt de werking van de kamer van preventieve zorg en van de kamer voor curatieve zorg en de wijze waarop zij aan hem rapporteren.
De Raad staat in voor een regelmatig gestructureerd overleg tussen beide kamers.
§ 5. De regering en de Raad kunnen werkgroepen oprichten. Deze werkgroepen kunnen zowel sectoraal adviseren als ad hoc voor thema's die kameroverschrijdend zijn.
Deze werkgroepen bestaan uit maximum twaalf leden waarvan één derde afkomstig is uit de Raad en de overige leden externe deskundigen zijn.
De werking van de werkgroepen en de wijze waarop zij rapporteren aan de Raad, de respectievelijke kamers, het parlement en de regering wordt bepaald in het huishoudelijk reglement.
Art. 9.
Om de twee maanden wordt aan de Raad een lijst van de aanvragen en beslissingen in verband met vergunningen, toelatingen en erkenningen van verzorgingsvoorzieningen meegedeeld. Die lijst wordt eveneens ter beschikking gesteld aan alle gelijksoortige verzorgingsvoorzieningen.
Voor het vervullen van zijn opdracht ontvangt de Raad alle nodige beleidsinformatie in verband met de planning, de programmatie en erkenning van verzorgingsvoorzieningen.
Art. 10.
§ 1. Er wordt een Vlaamse Adviesraad voor erkenning van verzorgingsvoorzieningen opgericht.
§ 2. De Adviesraad heeft als uitdrukkelijke opdracht de regering telkens te adviseren met betrekking tot bezwaar- of verweermiddelen ingediend door een verzorgingsvoorziening tegen het door de regering geuite voornemen om:
1. een vergunning of toelating te weigeren;
2. een erkenning, verlenging of wijziging van erkenning te weigeren;
3. een erkenning in te trekken of te schorsen;
4. een voorziening of een deel ervan te sluiten.
§ 3. De Adviesraad heeft tevens als uitdrukkelijke opdracht de regering telkens te adviseren met betrekking tot bezwaar- of verweermiddelen ingediend door de betrokken aanvragende personen tegen het door de regering geuite voornemen om een erkenning of verlenging van erkenning te weigeren of de erkenning in te trekken voor keuringsartsen, toezichthoudende artsen en controle-artsen in de sector Medisch Verantwoord Sporten.
§ 4. Elk advies wordt aan het Vlaams Parlement bezorgd.
Art. 11.
De Adviesraad is samengesteld uit een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, die minstens vijf jaar ervaring hebben in de gezondheidssector en getuigen van juridische kennis en bekwaamheid, en uit ten hoogste zeven leden, allen deskundig in gezondheidsaangelegenheden en die actief zijn in de instellingen, verzorgingsvoorzieningen, diensten of verenigingen binnen de gezondheidszorg. Voor elk werkend lid wordt een plaatsvervanger benoemd.
Zij worden door de regering benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal hernieuwbaar is.
Minstens een derde van de leden wordt om de tien jaar vervangen. Ten hoogste tweederde van de leden is van hetzelfde geslacht. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn van verschillend geslacht.
Art. 12.
De Adviesraad stelt, binnen zes maanden na zijn concrete samenstelling, een huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring aan de regering wordt voorgelegd.
Art. 13.
De regering regelt de nadere samenstelling en de werking van de Adviesraad. De Adviesraad kan een beroep doen op deskundigen uit het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 14.
De regering stelt de presentiegelden en vergoedingen vast van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de leden van de Adviesraad en hun plaatsvervangers. Deze komen, evenals de werkingskosten van de Adviesraad, ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
AFDELING 1-OPHEFFINGSBEPALINGEN
Art. 15. (niet opgenomen)
(Heft op: 1. het decreet van 25 januari 1983 houdende oprichting van een Vlaams Comité van Advies van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg;
2. het decreet van 12 juni 1991 houdende oprichting van een Vlaamse Adviescommissie voor ziekenhuizen en andere vormen van medische verzorging en begeleiding)
AFDELING 2 -WIJZIGINGSBEPALINGEN
Art. 16. (niet opgenomen)
(Wijzigt de artikelen 4, 9, 14, 15, 16, 19, 20, 22, 26, 28, 41 en 42 van het decreet van 27 maart 1991 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening)
(Heft de artikelen 10, 11, 12 en 13 van hetzelfde decreet op)
AFDELING 3-SLOTBEPALING
Art. 17.
De Vlaamse Regering stelt de datum van inwerkingtreding van dit decreet vast4.
1 Gewijzigd bij:
Decr.18.V.1999(B.S.15.VII.1999),inw.25.VII.1999.
Opgeheven bij decr.07.12.2007 (B.S.21.12.2007), art. 19, nog niet in werking.
2 In art.3§ 1 werden de woorden " de regering op " vervangen door de woorden " het Vlaams Parlement en de regering op zijn of "bij Decr.18.V.1999(B.S.15.VII.1999),art.7,1°.
3 Aan art.3§ 1 werd een tweede lid toegevoegd, bij Decr.18.V.1999(B.S.15.VII.1999),art.7,2°.
4 Inwerkingtreding: 1 januari 1997( BVR 28.I.1997 (B.S.4.IV.1997),art.40).